Archives for oktober 2017

Vennootschapsbelasting: compenserende maatregelen voor verlaagd tarief

In een eerdere bijdrage brachten we heuglijk nieuws: het tarief in de vennootschapsbelasting zal de komende jaren dalen, tot 25 % in 2020 en voor kmo’s tot 20 % op de eerste 100.000 EUR winst. Er is ook minder goed nieuws: de regering wil dat deze verlaging budgetneutraal verloopt. Daarom wordt de verlaging gecompenseerd met enkele andere nieuwe maatregelen zoals het afschaffen of beperken van enkele bestaande aftrekken.

‘Minimumbelasting’ op winst boven een miljoen euro

Winsten boven de 1.000.000 EUR kunnen niet langer volledig geneutraliseerd worden door allerlei fiscale aftrekken. De winst die de drempel van 1.000.000 EUR overschrijdt, kan maar voor 70 % verminderd worden door de volgende aftrekken:

  • vorige verliezen
  • overgedragen dbi
  • overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten
  • overgedragen NIA
  • de gewijzigde notionele interestaftrek

Dat betekent dat 30 % van de winst boven de 1.000.000 EUR sowieso belast zal worden. Die 30 % wordt daardoor in feite een minimum belastbare basis.

Voorbeeld
De nv CONSTRUCT heeft een winst van anderhalf miljoen EUR. De drempel wordt dus met 500.000 EUR overschreden. Van die 500.000 EUR kan er 70 % met de aftrekken verminderd worden. De andere 30 % (= 150.000 EUR) kan er niet door worden verminderd. Daardoor is er sowieso belasting verschuldigd op 150.000 EUR. In 2018 is dat 29,58 % (29 % + 2 % crisisbijdrage) = 44.370 EUR.

Het bedrag aan aftrekken dat door de maatregel beperkt is, zou wel kunnen worden overgedragen naar volgende jaren.

Notionele interestaftrek blijft, maar wordt aangepakt

In de wandelgangen werd gefluisterd dat de notionele interestaftrek (NIA) zou gaan verdwijnen. In het zomerakkoord kondigde de regering aan dat dit niet het geval is. Wel wordt de NIA aangepakt. De aftrek zal op een nieuwe basis berekend worden: het gewogen gemiddelde van de aangroei van het risicokapitaal van de laatste vijf jaar.

Vrijstelling meerwaarden aandelen: naleven participatievoorwaarde

Vennootschappen zullen enkel nog van de vrijstelling van de meerwaarden op aandelen kunnen genieten als de participatievoorwaarde is vervuld. Deze voorwaarde houdt in dat de vennootschap een deelneming moet bezitten van minstens 10 % in het kapitaal van de vennootschap of met een aanschaffingswaarde van minstens 2,5 miljoen EUR. Dezelfde voorwaarde vind je terug in het dbi-stelsel.
Het tarief van 0,4 % (0,412 % met ACB of aanvullende crisisbijdrage) op meerwaarde op aandelen die grote vennootschappen sowieso verschuldigd zijn, wordt afgeschaft.

Kapitaalvermindering: roerende voorheffing verschuldigd

Kapitaalverminderingen zullen aan de roerende voorheffing worden onderworpen in verhouding van het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves. Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid geschrapt die toeliet een kapitaalvermindering bij voorrang aan te rekenen op gestort kapitaal. Daardoor zal de vennootschap bij een kapitaalvermindering 30 % roerende voorheffing moeten inhouden op een deel van het terugbetaalde kapitaal.

Indienen van de aangifte

Vennootschappen die geen aangifte indienen, zullen vanaf 2018 sowieso worden belast op een forfaitaire minimumwinst van 40.000 EUR.

Gebrek aan voorafbetalingen wordt duurder

De basisrentevoet van de voorafbetalingen wordt tot 3 % verhoogd. Het wordt dus duurder voor vennootschappen als ze geen of onvoldoende voorafbetalingen doen.

Al deze nieuwe regels werden door de regering aangekondigd in het zomerakkoord. Ze moeten nu nog in concrete wetteksten worden vertaald. We houden u op de hoogte wanneer de volgende stappen worden genomen en welke acties u dan moet ondernemen.

Read more

Verlaging van de vennootschapsbelasting en andere fiscale maatregelen uit het begrotingsakkoord

In het begrotingsakkoord dat deze zomer door de regering werd voorgesteld, zaten traditiegetrouw weer heel wat fiscale maatregelen. Een kort overzicht.

Hervorming vennootschapsbelasting

Meest in het oog springend is de drastische verlaging van het tarief. Dat bedraagt nu nog 33 % (33,99 % met crisisbijdrage) maar wordt in twee fases verlaagd: tot 29 % in 2018 en 25 % in 2020. Ook de algemene crisisbijdrage die nu nog 3 % bedraagt, wordt afgebouwd tot 2 % in 2018 om uiteindelijk te verdwijnen in 2020. Daardoor wordt het uiteindelijke tarief 29,58 % in 2018 en 25 % in 2020.

Kmo’s kunnen al vanaf 2018 genieten van een verlaagd tarief van 20 % op de eerste 100.000 EUR van hun winst. Daar komt bij dat de groep vennootschappen die als kmo kan worden beschouwd, groter zal worden:  het tarief zal niet enkel van toepassing zijn voor vennootschappen die beantwoorden aan de criteria van artikel 215 van het WIB92, ook ‘kleine vennootschappen’ in vennootschapsrechtelijke zin zullen in aanmerking komen voor dit tarief.

Toch moeten we dit goede nieuws een beetje temperen: de hervorming zal budgetneutraal moeten verlopen. Dit betekent dat de mindere inkomsten door het verlaagd tarief, op een of andere manier gecompenseerd zullen worden.  Enkele bestaande aftrekken zal dus sneuvelen of verminderen. Zo zal onder andere de investeringsreserve verdwijnen, met een overgangsregime voor de bestaande reserves. De notionele interestaftrek blijft wel bestaan.

Sparen

Er wordt ook gesleuteld aan de vrijstelling op de eerste schijf van rente op spaarboekjes. De vrijgestelde schijf daalt van 1.880 EUR naar 940 EUR. In ruil daarvoor komt er een vrijstelling voor een eerste schijf van 627 EUR op dividenden van aandelen.

Ook het pensioensparen wordt aangepakt. Belastingplichtigen zullen kunnen kiezen om maximaal 940 EUR te sparen aan een belastingvermindering van 30 % (zoals tot nu toe kon) of meer te sparen (tot 1.200 EUR) aan een lagere belastingvermindering van 25 %.

Effectenrekening

Ook de belasting op effectenrekeningen komt er. Deze ‘abonnementstaks’ zal 0,15 % bedragen en is verschuldigd door wie meer dan  500.000 EUR op een dergelijke rekening heeft staan.

Uitbreiding tax shelter voor starters

De regering wil ook investeringen in risicodragend kapitaal verder blijven aanmoedigen. Daarom wordt de tax shelter (eigenlijk een belastingvermindering) voor wie investeert in startende ondernemingen ook uitgebreid naar wie investeert in groeibedrijven. Het gaat om investeringen waarvoor de investeerder aandelen in ruil krijgt.

Strijd tegen fraude

In de strijd tegen belastingfraude, wordt de kaaimantaks verstrekt en de efficiëntie ervan verbeterd, door o.a. dubbelstructuren aan te pakken en ook feitelijke verenigingen in de maatregel te betrekken.

Flexijobs

Het toepassingsgebied voor flexijobs, tot nu toe enkel voor de horeca, wordt verruimd. Bijklussen via een flexijob zal vanaf nu o.a. ook kunnen in een krantenwinkel, bakkerij of kapsalon. Verder wordt aan de voorwaarden niet gemorreld: de flexijobs blijven dus enkel openstaan voor wie al minstens 4/5 werkt.

Daarnaast zal ook belastingvrij bijverdienen (tot 500 EUR per maand) mogelijk worden voor specifieke functies in de non-profitsector. Deze mogelijkheid staat open voor wie al 4/5 werkt of gepensioneerd is.

Read more

Nieuwe administratieve commentaar aanslag geheime commissielonen

Over de aanslag geheime commissielonen is er de laatste jaren al heel wat inkt gevloeid. Volgens de wetgever mag de aanslag nog enkel in uitzonderlijke gevallen opgelegd worden. In een circulaire uit 2015 ging de fiscus toch enigszins in tegen de soepelere houding van de wetgever. In een nieuwe circulaire verduidelijkt de fiscus zijn standpunt en past het aan de visie van de minister aan.

De aanslag geheime commissielonen sinds aanslagjaar 2015

Sinds aanslagjaar 2015 is de aanslag geheime commissielonen veel minder streng. De aanslag heeft volgens de fiscale wetgever geen bestraffend, maar enkel nog een vergoedend karakter. Bovendien mag de aanslag enkel nog in uitzonderlijke gevallen worden opgelegd.

Deze filosofie wordt vertaald in de regel dat er geen bijzondere aanslag wordt opgelegd…

  • als het inkomen wordt opgenomen in een tijdige aangifte door de genieter. Dat mag zowel een Belgische als een buitenlandse aangifte zijn;
  • als de genieter binnen twee jaar en zes maanden volgend op 1 januari van het betreffende aanslagjaar op ondubbelzinnige wijze kan worden geïdentificeerd.

Tegelijkertijd werden de tarieven grondig verminderd. De ‘monsterboete’ verminderde van 309 % naar 103 % (betalingen aan natuurlijke personen waarvoor geen fiches werden opgemaakt) of 51,50 % (betalingen aan rechtspersonen).

De afzonderlijke aanslag blijft als beroepskost aftrekbaar met uitzondering van in het zwart uitbetaalde lonen.

Administratie volgt versoepeling niet (helemaal)

Kort na de wetswijziging kwam de fiscus al met een circulaire, die de nieuwe soepelere houding grotendeels naast zich neerlegde. Meest opvallend in de circulaire is de interpretatie van de uitzondering van de ondubbelzinnige identificatie. Volgens de fiscus sluit die identificatie de bijzondere aanslag enkel uit bij een uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de genieter van de inkomsten om alsnog belast te worden. Deze voorwaarde staat niet in de wet en wordt door de fiscus onterecht toegevoegd.

Daarnaast schrijft de fiscus dat het tarief van 51,5 % voor betalingen aan rechtspersonen enkel geldt wanneer de vennootschap kan aantonen dat de uiteindelijke verkrijger een rechtspersoon is. Eigenlijk vraagt de administratie hiermee dat de vennootschap bewijst dat de rechtspersoon het ontvangen geheim commissieloon niet verder heeft doorgegeven aan een natuurlijk persoon. Maar ook deze verstrenging staat niet in de wet.

Nieuwe circulaire in 2017: een nieuwe visie?

In april 2017 heeft de fiscus opnieuw een circulaire over dit onderwerp gepubliceerd.

De administratie verwijst daarin nog steeds naar het schriftelijk akkoord van de genieter. Gelukkig wordt er deze keer wel genuanceerd, door het opnemen van het woordje “bijvoorbeeld”. Een ondubbelzinnige identificatie kan “bijvoorbeeld” door een schriftelijk akkoord van de genieter. Dat ene woordje, betekent echter dat een schriftelijk akkoord maar één manier is voor een ondubbelzinnige identificatie. Er bestaan dus ook andere mogelijkheden. Daarmee is het schriftelijk akkoord niet langer absoluut noodzakelijk. De fiscus heeft zo zijn standpunt aangepast aan de visie die de minister van Financiën al eerder had verdedigd in de Kamer.

De circulaire bevestigt dat de aanslag als beroepskost aftrekbaar blijft, maar voegt er wel aan toe dat als er valse of fictieve facturen worden gebruikt om sommen te onttrekken aan de vennootschappen, die niet verantwoorde kosten in de verworpen uitgaven moeten worden opgenomen.

Read more