Archives for april 2018

Minimumbezoldiging bedrijfsleiders

Een vennootschap moet minstens 45.000 euro loon betalen aan één van haar bedrijfsleiders om van het verlaagd tarief van 20 % te kunnen genieten. Als ze dat niet doet, is het standaardtarief van toepassing. Daar komt dan nog bij dat ze ook een afzonderlijke aanslag moet betalen. Deze regels gelden voor boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2018.

Welk verlaagd tarief?

Kleine vennootschappen betalen 20 % belasting op de eerste 100.000 euro winst.

Waarom minimumloon betalen?

De regering strijdt tegen “vervennootschappelijking”. De regering wil met andere woorden voorkomen dat ondernemers enkel om fiscale redenen een vennootschap oprichten. Terwijl het economisch logischer is als eenmanszaak te werken.

Hoeveel is het minimum?

Minstens één van de bedrijfsleiders krijgt een bezoldiging van 45.000 euro. Als het belastbaar inkomen lager is dan 45.000 euro, betaalt de vennootschap minstens een loon dat gelijk is aan de behaalde winst. Met belastbaar inkomen wordt hier bedoeld: het resultaat na het uitbetalen van het loon.

Voorbeeld

Een bvba heeft na aftrek van de bezoldiging aan de zaakvoerder van 15.000 euro, een belastbaar resultaat van 40.000 euro. Het belastbaar resultaat, verhoogd met de bezoldiging, bedraagt dus 55.000 euro. De minimaal vereiste bezoldiging bedraagt dus 55.000/2 = 27.500 euro. De vennootschap heeft een te laag loon betaald.

Een bvba heeft na aftrek van de bezoldiging aan de zaakvoerder van 25.000 euro, een belastbaar resultaat van 25.000 euro. Het belastbaar resultaat, verhoogd met de bezoldiging, bedraagt dus 50.000 euro. De minimaal vereiste bezoldiging bedraagt dus 50.000/2 = 25.000 euro. De vennootschap heeft voldoende betaald, nl. de helft van de winst.

Wat is allemaal loon?

Alle fiscale bezoldigingen tellen mee:

  • Het loon zelf.
  • Voordelen van alle aard.
  • Geherkwalificeerde huurvergoedingen (huur door de vennootschap betaald aan de bedrijfsleider, dat onder bepaalde omstandigheden deels als loon wordt beschouwd).

Voor alle bedrijfsleiders?

De bedrijfsleider met het loon moet een natuurlijk persoon zijn.

Een afzonderlijke aanslag

De voorwaarde bestond vroeger al (drempel bedroeg vroeger 36.000 euro) om van het verlaagd opklimmend tarief te kunnen genieten. Nieuw is de afzonderlijke aanslag. Vennootschappen die geen minimumbezoldiging betalen, moeten een extra belasting betalen.

De basis van de afzonderlijke aanslag is het positieve verschil tussen de wettelijke minimumbezoldiging en de hoogste effectieve bezoldiging. Het tarief van de afzonderlijke aanslag bedraagt 5 %. Hierop is de aanvullende crisisbijdrage van toepassing, zodat het uiteindelijke tarief 5,1 % bedraagt. Vanaf aanslagjaar 2021 wordt dat 10 %.

Voorbeeld

Een bvba betaalt een bezoldiging van 35.000 euro in plaats van 45.000 euro. Op het verschil van 10.000 euro moet de bvba 5,1 % belasting betalen. De afzonderlijke aanslag bedraagt dan 510 euro.

De afzonderlijk aanslag is wel een aftrekbare beroepskost.

Kleine vennootschappen moeten in de eerste vier belastbare tijdperken vanaf hun oprichting (starters) geen afzonderlijke aanslag betalen.

Andere drempel voor verbonden vennootschappen

Voor verbonden vennootschappen geldt een aparte drempel. Minstens de helft van hun bedrijfsleiders moeten dezelfde personen zijn. Voor deze vennootschappen worden de bezoldigingen die de bedrijfsleider krijgt van de verschillende vennootschappen, samengeteld. De (totale) minimumbezoldiging wordt dan 75.000 euro.

Read more

Voorafbetalen in 2018

Ondernemingen die onvoldoende voorafbetalingen doen, worden daarvoor bestraft. Ze moeten een belastingvermeerdering betalen. Vanaf dit jaar, wil de regering voorafbetalen nog meer aanmoedigen. Het vermeerderingspercentage bedraagt vanaf nu in de vennootschapsbelasting minstens 6,75 %.

Moet u voorafbetalen?

U moet voorafbetalen als u winsten of baten behaalt. Dat wil zeggen dat ondernemers, vrije beroepers en alle vormen van vennootschappen voorafbetalingen moeten doen.

Wanneer moet u voorafbetalen in 2018?

Als u uw boekjaar afsluit op 31 december 2018, moet u ten laatste voorafbetalen op:

  • voorafbetaling 1: 10 april 2018
  • voorafbetaling 2: 10 juli 2018
  • voorafbetaling 3: 10 oktober 2018
  • voorafbetaling 4 : 20 december 2018.

Vermeerderingspercentage stijgt

Het vermeerderingspercentage is gelijk aan 2,25 keer de basisrentevoet. De basisrentevoet is de interestvoet van de Europese Centrale Bank op 1 januari van het belastbare tijdperk. De minimale basis is vanaf dit jaar 3 %. Dat betekent dat het vermeerderingspercentage nu minstens 6,75 % bedraagt in de vennootschapsbelasting. In de personenbelasting blijft het percentage 2,25 %.

Hoe werkt het in de praktijk?

Stel dat uw onderneming 100.000 euro belasting verschuldigd is over de winsten die u maakt in 2018 (dat is aanslagjaar 2019). Als u geen voorafbetalingen doet, bent u de maximale vermeerdering verschuldigd => 100.000 euro x 6,75 % = 6.750 euro.
Door voorafbetalingen te doen, kan u deze potentiële vermeerdering wegwerken. Iedere voorafbetaling doet het bedrag van de vermeerdering afnemen. De eerste voorafbetaling levert het meeste op.

Voorbeeld

  • VA 1: 27.000 x 9,00 % = 2.430 euro
  • VA 2: 43.000 x 7,50 % = 3.225 euro
  • VA 3: 30.000 x 6,00 % = 1.800 euro
  • VA 4: 0 x 4,50 % = 0 euro
  • Totaal = 7.455 euro

Hiermee heeft u de vermeerdering van 6.750 euro volledig weggewerkt en zelfs meer voorafbetalingen gedaan dan nodig.

Read more

Voordelen van alle aard pc, tablet en smartphone: nieuwe bedragen vanaf 2018

Wie van zijn werkgever gratis een pc, laptop, tablet of smartphone krijgt, krijgt een voordeel van alle aard. Dat is uiteraard belastbaar. De waarde van dit voordeel wordt forfaitair vastgesteld. Vanaf 1 januari 2018 worden de forfaits aangepast om ze beter in overeenstemming te brengen met de werkelijke waarde van deze toestellen.

Aanpassing aan de werkelijkheid

De huidige forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard voor het gratis persoonlijk gebruik van pc, laptop, tablet, smartphone en internet was dringend aan een update toe. De afgelopen jaren zijn de prijzen voor laptops en pc’s stelselmatig gezakt, de vrij hoge forfaits waren daardoor niet meer realistisch. De forfaits worden nu verlaagd, zodat ze beter aansluiten op de werkelijke waarde van de toestellen. De forfaits zullen vanaf 1 januari 2018 dan ook aanzienlijk lager zijn (het forfait zakt van 180 EUR naar 72 EUR).

Tegelijkertijd wordt er nu voor het eerst ook fiscaal een forfait ingevoerd voor het belastbaar voordeel voor een tablet of smartphone. De RSZ hanteerde al langer forfaits. Nu heeft de fiscus ook eindelijk een forfaitaire waardering van het voordeel vastgesteld. Het voordeel wordt gewaardeerd op de helft van dat van een volwaardige pc of laptop en bedraagt daarom 36 EUR.

De werkgever moet het belastbaar bedrag van het voordeel van alle aard vermelden op de individuele fiche 281.10 van de werknemer, of fiche 281.20 als het voordeel wordt toegekend aan een bedrijfsleider. Daarnaast moet de werkgever ook bedrijfsvoorheffing inhouden op het voordeel, net zoals op de andere bestanddelen van het loon.

De forfaits

Voor voordelen gekregen vanaf 1 januari 2018:

  • vaste PC of laptop: 72 EUR
  • tablet of smartphone: 36 EUR
  • kosteloos ter beschikking gestelde internetaansluiting, ongeacht of het vaste aansluiting is of een mobiele en ongeacht het aantal toestellen dat gebruik kan maken van die internetaansluiting: 60 EUR
  • kosteloos ter beschikking gesteld vast of mobiel telefoonabonnement: 48 EUR

De forfaits gelden per toestel.

Wie meerdere van deze voordelen krijgt, moet de forfaits optellen. Wie een laptop met internetverbinding krijgt, heeft dus een voordeel van 132 EUR.

Momenteel gelden voor de RSZ nog andere bedragen. Maar deze zullen volgens de minister van Financiën worden afgestemd op de fiscale forfaits.

Read more

Autokosten vanaf 2018

De aftrekbaarheid van autokosten wordt vanaf volgend jaar aangepakt. In twee fases worden er verschillende wijzigingen doorgevoerd. De eerste fase is al voor 2018, waarin het aftrekregime in de personenbelasting gelijkgesteld wordt met die in de vennootschapsbelasting. In de tweede fase (vanaf 2020) worden de regels grondig hervormd.

2018: regels aftrekbaarheid PB = VenB

Vanaf 2018 worden de regels voor de aftrekbaarheid van autokosten van de vennootschapsbelasting doorgetrokken naar de personenbelasting. Ondernemers met een eenmanszaak zullen dus dezelfde kosten in aftrek kunnen brengen als ondernemers met een vennootschap. Dat betekent dat het algemene aftrekpercentage van 75 % plaats maakt voor een aftrekpercentage in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig.

Dat komt neer op:

  • 120 % voor een elektrische auto
  • 100 % voor een auto met een uitstoot van ten hoogste 60 g/km (benzine en diesel)
  • 90 % voor een auto met een uitstoot van 60 tot 105 (benzine en diesel)
  • 80 % voor een auto met uitstoot van 105 tot 115 (diesel) of 105 tot 125 (benzine)
  • 75 % voor een auto met uitstoot van 115 tot 145 (diesel) of 125 tot 155 (benzine)
  • 70 % voor een auto met uitstoot van 145 tot 170 (diesel) of 155 tot 180 (benzine)
  • 60 % voor een auto met uitstoot van 170 tot 195 (diesel) of 180 tot 205 (benzine)
  • 50 % voor een auto met uitstoot van meer dan 195 (diesel) of meer dan 205 (benzine)
  • 50 % voor een auto waarvoor geen gegevens beschikbaar zijn.

In 2017 een auto gekocht? U kan de overgangsregeling toepassen

Wie vóór 1 januari 2018 een auto kocht, kan gebruik maken van een overgangsregeling. Die komt er op neer dat de meest gunstige regeling mag worden toegepast. U zal (als zelfstandige) dus steeds recht hebben op een aftrek van minstens 75 % (bv. als u een benzinewagen met een uitstoot van 200 g/km heeft). Als de nieuwe regeling voordeliger is, kan u die al gebruiken (bv. als u een dieselwagen met een uitstoot van 80 g/km heeft, heeft u recht op een aftrek van 90 % van de kosten).

Vanaf 2020: aftrek vermindert in PB en VenB

Vanaf 2020 komt er een volledig nieuwe aanpak. De ‘schijven’ (zoals hierboven) worden geschrapt. De aftrekbaarheid zal vanaf dan met een formule worden berekend:

120 % – (0,5 % × coëfficiënt volgens brandstoftype × CO2-uitstoot)

De coëfficiënt bedraagt 1 voor auto’s met dieselmotor, 0,95 voor benzinewagens en 0,90 voor auto’s op aardgas (tot 11 fiscale pk). Het resultaat van de bewerking wordt beperkt tot 100 % en bedraagt minimaal 50 %. Voor auto’s met een uitstoot boven 200 g is de aftrek echter beperkt tot 40 %. Het tarief van 120 % verdwijnt.

Voor auto’s die vóór 2018 werden gekocht blijft dezelfde overgangsregeling bestaan, maar enkel in de personenbelasting. Concreet betekent dit dat zelfstandigen het aftrekpercentage van 75 % verder kunnen toepassen (als dat voordeliger is dan de regeling vanaf 2020).
Een andere belangrijke wijziging is dat er voor brandstofkosten vanaf 2020 geen aparte aftrekregels meer gelden. Tot dan geldt een algemeen forfait van 75 %. Vanaf 2020 wordt ook voor brandstofkosten de aftrekbaarheid volgens de formule berekend.

Read more

Een nieuw wetboek van vennootschappen: krachtlijnen van het voorstel

e staan aan de vooravond van een ingrijpende modernisering van het Belgisch vennootschapsrecht. De krachtlijnen van deze hervorming beogen een doorgedreven vereenvoudiging en een beperking van het aantal vennootschapsvormen. De hervorming zou al snel in werking treden met een vrij lange overgangsperiode.

Wetboek van vennootschappen wordt Wetboek van vennootschappen en verenigingen

De laatste fundamentele hervorming in het vennootschapsrecht dateert van de invoering van het Wetboek van vennootschappen of W.Venn. (wet van 7 mei 1999) en het koninklijk besluit van 30 januari 2001. Sindsdien is het wetboek meer dan 50 keer al dan niet ingrijpend gewijzigd, waarvan ongeveer 25% wijzigingen op grond van Europese voorschriften. Nu is het tijd voor een grondige modernisering om Belgische ondernemers een goed vennootschapsrecht aan te bieden dat hun onderneming ondersteunt en om buitenlandse ondernemers warm te maken voor een breder gebruik van de Belgische rechtsvormen.

Het voorstel van minister van Justitie Koen Geens over het voorontwerp van wet tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en houdende diverse bepalingen is op 27 juli 2017 door de ministerraad goedgekeurd. De bedoeling is dat het nieuwe wetboek in 2019 van kracht wordt. Voor vennootschappen, verenigingen en stichtingen zal een overgangsperiode van 10 jaar worden voorzien om zich aan de nieuwe regels aan te passen.

Naar 4 vennootschapsvormen

Het is de bedoeling om de bestaande structuren tot 4 vennootschapsvormen te herleiden: de maatschap, de bvba, de cvba en de nv. Daarbij zou de nv de natuurlijke rechtsvorm worden voor de genoteerde en voor de grote onderneming, terwijl middelgrote en kleine ondernemingen voor de bvba moeten kiezen.

Alle andere bestaande vormen kunnen juridisch worden teruggebracht tot deze 4 vormen. De vennootschap met sociaal oogmerk (VSO) kan haar doel (herinvestering van alle winsten) realiseren via een coöperatieve vennootschap (cvba). De landbouwvennootschap wordt omgezet in een commanditaire vennootschap (de maatschap).

De coöperatieve vennootschap blijft bestaan maar zal zich meer focussen op haar oorspronkelijke taak: de realisatie van haar gedachtengoed door personen die tegelijk vennoot en klant zijn (bv. een verbruikscoöperatieve) of leverancier (bv. een zuivelcoöperatieve).

Naast deze 4 vormen van vennootschap blijft de vzw voor verenigingen en ledenloze stichtingen bestaan. Zij worden ook als een onderneming beschouwd en mogen blijven werken voor zover ze geen winst aan hun leden of bestuurders uitkeren. Het verenigingsrecht wordt structureel geïntegreerd in één Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

De Europese vormen (IESV, SE en SCE) blijven behouden.

Flexibilisering van de bvba

Eén van de opvallendste wijzigingen is de afschaffing van de kapitaal- en kapitaalbeschermingsregels in de bvba. Het toereikend eigen vermogen wordt de regel. Men zal zelf kunnen beslissen hoeveel maatschappelijk kapitaal wordt ingebracht. Via strengere regels inzake aansprakelijkheidssancties voor bestuurders, financieel plan, enz. wordt de solvabiliteit en de liquiditeit gecontroleerd.
Door de afschaffing van het kapitaal zal wel een aantal beperkte, eerder technische ingrepen nodig zijn aan de boekhoudreglementering en de fiscaliteit.
Een bv (en cv) heeft in principe 1 bestuurder maar het bestuursorgaan kan ook uit meerdere bestuurders bestaan (ev. als college).

Tot slot. Van de hervorming wordt gebruik gemaakt om het bekendmakingssysteem voor
vennootschapsdocumentatie te vereenvoudigen en te moderniseren. Dit zou worden verwezenlijkt via een unieke overheidswebsite en door duidelijkere en soepelere taalvereisten.

Read more

Vennootschapsbelasting: compenserende maatregelen voor verlaagd tarief

Vennootschapsbelasting: compenserende maatregelen voor verlaagd tarief

In een eerdere bijdrage brachten we heuglijk nieuws: het tarief in de vennootschapsbelasting zal de komende jaren dalen, tot 25 % in 2020 en voor kmo’s tot 20 % op de eerste 100.000 EUR winst. Er is ook minder goed nieuws: de regering wil dat deze verlaging budgetneutraal verloopt. Daarom wordt de verlaging gecompenseerd met enkele andere nieuwe maatregelen zoals het afschaffen of beperken van enkele bestaande aftrekken.

‘Minimumbelasting’ op winst boven een miljoen euro

Winsten boven de 1.000.000 EUR kunnen niet langer volledig geneutraliseerd worden door allerlei fiscale aftrekken. De winst die de drempel van 1.000.000 EUR overschrijdt, kan maar voor 70 % verminderd worden door de volgende aftrekken:

  • vorige verliezen
  • overgedragen dbi
  • overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten
  • overgedragen NIA
  • de gewijzigde notionele interestaftrek

Dat betekent dat 30 % van de winst boven de 1.000.000 EUR sowieso belast zal worden. Die 30 % wordt daardoor in feite een minimum belastbare basis.

Voorbeeld
De nv CONSTRUCT heeft een winst van anderhalf miljoen EUR. De drempel wordt dus met 500.000 EUR overschreden. Van die 500.000 EUR kan er 70 % met de aftrekken verminderd worden. De andere 30 % (= 150.000 EUR) kan er niet door worden verminderd. Daardoor is er sowieso belasting verschuldigd op 150.000 EUR. In 2018 is dat 29,58 % (29 % + 2 % crisisbijdrage) = 44.370 EUR.

Het bedrag aan aftrekken dat door de maatregel beperkt is, zou wel kunnen worden overgedragen naar volgende jaren.

Notionele interestaftrek blijft, maar wordt aangepakt

In de wandelgangen werd gefluisterd dat de notionele interestaftrek (NIA) zou gaan verdwijnen. In het zomerakkoord kondigde de regering aan dat dit niet het geval is. Wel wordt de NIA aangepakt. De aftrek zal op een nieuwe basis berekend worden: het gewogen gemiddelde van de aangroei van het risicokapitaal van de laatste vijf jaar.

Vrijstelling meerwaarden aandelen: naleven participatievoorwaarde

Vennootschappen zullen enkel nog van de vrijstelling van de meerwaarden op aandelen kunnen genieten als de participatievoorwaarde is vervuld. Deze voorwaarde houdt in dat de vennootschap een deelneming moet bezitten van minstens 10 % in het kapitaal van de vennootschap of met een aanschaffingswaarde van minstens 2,5 miljoen EUR. Dezelfde voorwaarde vind je terug in het dbi-stelsel.
Het tarief van 0,4 % (0,412 % met ACB of aanvullende crisisbijdrage) op meerwaarde op aandelen die grote vennootschappen sowieso verschuldigd zijn, wordt afgeschaft.

Kapitaalvermindering: roerende voorheffing verschuldigd

Kapitaalverminderingen zullen aan de roerende voorheffing worden onderworpen in verhouding van het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves. Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid geschrapt die toeliet een kapitaalvermindering bij voorrang aan te rekenen op gestort kapitaal. Daardoor zal de vennootschap bij een kapitaalvermindering 30 % roerende voorheffing moeten inhouden op een deel van het terugbetaalde kapitaal.

Indienen van de aangifte

Vennootschappen die geen aangifte indienen, zullen vanaf 2018 sowieso worden belast op een forfaitaire minimumwinst van 40.000 EUR.

Gebrek aan voorafbetalingen wordt duurder

De basisrentevoet van de voorafbetalingen wordt tot 3 % verhoogd. Het wordt dus duurder voor vennootschappen als ze geen of onvoldoende voorafbetalingen doen.

Al deze nieuwe regels werden door de regering aangekondigd in het zomerakkoord. Ze moeten nu nog in concrete wetteksten worden vertaald. We houden u op de hoogte wanneer de volgende stappen worden genomen en welke acties u dan moet ondernemen.

 

 

Read more