Archives for Uncategorized

Hoe klussen aangeven als je onbelast wil bijverdienen?

De “Bijkluswet” maakt onbelast bijverdienen mogelijk. Dat kan voor werknemers die minstens 4/5 werken, voor zelfstandigen in hoofdberoep en voor gepensioneerden. Zolang de inkomsten binnen een vastgelegde limiet blijven, zijn er geen bijdragen of belastingen verschuldigd. Sinds 15 juli 2018 moeten de klussen worden aangegeven via de onlinedienst Bijklussen. De werking in een notendop.

Voor verenigingswerk en diensten van burger aan burger

Sinds 15 juli 2018 moeten klussen tegen betaling aangegeven worden.
Als een vereniging een beroep doet op iemand die in zijn vrije tijd een betaalde taak komt uitvoeren, moet de vereniging aangifte doen. Hat gaat dan over betaalde diensten voor socioculturele verenigingen zonder winstoogmerk, feitelijke verenigingen of openbare besturen. De diensten mogen niet professioneel zijn en op de lijst van toegelaten activiteiten staan. Bijvoorbeeld: sporttrainingen, culturele activiteiten, begeleiding van schooluitstappen.

Bij occasionele betaalde diensten tussen burgers -van een privépersoon aan een andere privépersoon- moet de persoon die de klus uitvoert, zelf de aangifte doen. De diensten mogen niet professioneel zijn of geleverd worden via de deeleconomie. Ze moeten op de lijst van toegelaten activiteiten staan. Het is de persoon die de klus uitvoert, die de aangifte moet doen. Bijvoorbeeld: kleine herstellingen, kinderen van school halen of er op passen tot een van de ouders thuiskomt.

Inkomsten via een deeleconomieplatform worden aangeven bij de belastingaangifte, en niet via de onlinedienst Bijklussen: www.bijklussen.be. Het deeleconomieplatform geeft de inkomsten door aan de FOD Financiën.

Inhoud van de aangifte

Een uitvoeringsbesluit van 15 oktober 2018 (Belgisch Staatsblad van 7 november 2018) bepaalt, met ingang van 15 juli 2018, wat die aangifte precies inhoudt. De organisaties en de occasionele dienstenverrichters delen de opgesomde gegevens mee aan de RSZ. Dat moet gebeuren vóór het aanvatten van de prestaties.
Voor de periode van 15 juli tot 7 november (datum van publicatie van het uitvoeringsbesluit) kunnen de organisaties en dienstenverrichters de verklaring met terugwerkende kracht invoeren.

1/ Voor verenigingswerk. Informatie over de organisatie zelf, zoals het nummer in de Kruispuntbank. Maar ook over de verenigingswerker en over de verrichte prestatie. Het gaat dan om de aanvangs- en einddatum en de aard van de prestatie, en om het bedrag van de ontvangen vergoeding voor iedere prestatie.
De aangifte kan worden gewijzigd tot het einde van de dag waarop ze betrekking heeft (of van de dag van de einddatum van de prestatie). Wanneer de prestatie vroeger dan voorzien stopt, kan ze worden gewijzigd tot het einde van de dag waarop de prestatie werd beëindigd.

2/ Voor occasionele diensten tussen burgers. Informatie (identificatie) over zichzelf en over de persoon voor wie de klus wordt geklaard. Verder iedere datum van prestaties, de aard van de prestaties en het bedrag van de ontvangen vergoeding voor iedere prestatie.
De aangifte kan worden gewijzigd tot het einde van de dag waarop ze betrekking heeft.
Annuleren van een aangifte kan sowieso tot op het einde van de dag waarop ze betrekking zou hebben indien de voorziene prestaties niet werden uitgevoerd.

Elektronische aangifte

Dankzij de elektronische toepassing zullen de occasionele dienstenverrichters en de verenigingswerkers de gegevens (en de wijzigingen ervan) kunnen raadplegen. Denk bijvoorbeeld aan de bedragen van de verschillende vergoedingen.
Zij laat ook toe om een attest af te drukken zodat de organisaties het jaarbedrag kunnen raadplegen dat de verenigingswerker gedurende het lopende jaar al heeft ontvangen voor het verenigingswerk. Ook de dienstenverrichters kunnen op die manier het maandbedrag en het jaarbedrag raadplegen van de vergoedingen die zij al ontvangen hebben gedurende het lopende jaar.

Limietbedragen

Wie in zijn vrije tijd tegen betaling bijklust, mag tot 6.130 euro per jaar (geïndexeerd bedrag 2018) bijverdienen zonder er belastingen of sociale bijdragen op te betalen. Let op: hierin zijn verplaatsings- en andere onkosten inbegrepen.
Het moet gaan om verenigingswerk, diensten van burger aan burger of activiteiten in de deeleconomie. En de inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen samen niet meer dan 510,83 euro per maand (geïndexeerd bedrag 2018) bedragen.

Read more

Wat met de statuten en akten van burgerlijke vennootschappen?

Sinds 1 november 2018 maken we geen onderscheid meer tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen. Voortaan spreken we enkel over vennootschappen. Beoefenaars van vrije beroepen die een vennootschap oprichtten, kozen traditioneel voor een burgerlijke vennootschap. Dit burgerlijk karakter van de vennootschap staat vermeld in haar statuten. Moeten de burgerlijke vennootschappen hun statuten nu aanpassen?

Het verdwijnen van het onderscheid tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen is een gevolg van het afschaffen van het begrip handelaar door de wet van 15 april 2018 tot hervorming van het ondernemingsrecht. De bepaling in het Wetboek van vennootschappen dat stelde dat de burgerlijke of handelsaard van een vennootschap wordt bepaald door haar doel, is dan ook geschrapt.

Gevolgen voor de statuten

Wat is de impact van die schrapping voor vrije beroepers (dokters, apothekers, advocaten, architecten, boekhouders, accountants, …)? En wat met patrimoniumvennootschappen, landbouwvennootschappen, vennootschappen voor bosbeheer, enz. die burgerlijke vennootschappen zijn?

Minister van Justitie Koen Geens is duidelijk. Het opheffen van het “burgerlijk karakter” vereist geen statutenwijziging. “De burgerlijke vennootschappen met handelsvorm worden eenvoudige vennootschappen die de vorm van een bvba of een nv aannemen. Het is overbodig om de statuten daarvoor aan te passen, omdat dat van rechtswege zal gebeuren. De statuten kunnen worden aangepast wanneer een andere wijziging zich opdringt.” (CRABV, Beknopt Verslag, 54 PLEN 222, 29 maart 2018, p. 27)

De aanpassing van de rechtsvorm gebeurt dus automatisch door de inwerkingtreding van de nieuwe wet. Dit slaat op alle rechtsvormen van vennootschappen; niet alleen op de bvba of de nv.

Gevolgen voor akten en facturen

Artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen bepaalt dat alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders, websites en andere stukken, al dan niet in elektronische vorm, uitgaande van vennootschappen de volgende gegevens moeten vermelden:

1° de naam van de vennootschap;
2° de rechtsvorm, voluit of afgekort;
3° de nauwkeurige aanduiding van de zetel van de vennootschap;
4° het ondernemingsnummer;
5° het woord “rechtspersonenregister” of de afkorting “RPR”, gevolgd door de vermelding van de zetel van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de vennootschap haar zetel heeft;
6° in voorkomend geval, het feit dat de vennootschap in vereffening is

Sinds 1 november 2018 moeten deze stukken niet langer, in voorkomend geval, de woorden “burgerlijke vennootschap met handelsvorm” vermelden.

Read more